zondag 3 mei 2015

Tegenprestatie naar vermogen

Woensdag 29 april woonde ik de commissie Samenleving bij. Als commissievoorzitter van Ruimte en Economie waar het laatste half jaar veel discussie onderwerpen op de agenda stonden was ik benieuwd hoe dit verloopt in een commissie met compleet andere onderwerpen op de agenda in het sociaal maatschappelijk veld.

Het onderwerp waar het woensdag met name over ging betrof “Tegenprestatie naar vermogen”. In het CDA programma hebben wij dit onderwerp opgenomen als 1 van de 7 principes: “Wij zien een taak voor iedereen: Ieder mens heeft talenten. Het CDA Deurne streeft naar een samenleving waarin iedereen erbij hoort en zijn of haar steentje bijdraagt. Talenten zijn niet evenredig verdeeld. Dat vraagt erom dat er steeds werk wordt gemaakt van een lokale samenleving waarin mensen niet worden uitgesloten".

De kern draait daarbij wat ons betreft om het “naar vermogen” en “het draagt bij aan persoonlijke ontwikkeling en is maatschappelijk nuttig”. Dat maakt het lastig om in regeltjes te denken zoals de bijdrage dient minimaal 10 uur te zijn voor minstens 6 maanden zoals 1 van de discussievragen stelde. Wij zijn ervan overtuigd dat werk een middel bij uitstek is om deel te nemen aan de samenleving en verantwoordelijkheid te dragen voor het eigen leven of eigen gezin. Daarom moet de tegenprestatie naar vermogen gezien worden als een stimulering om kansen voor mensen te creĆ«ren en niet als strafmiddel worden ingezet. Burgercommissielid Willem Balling van de PvdA stelde terecht eerst de discussie te willen voeren op hoofdlijnen per fractie om daarna de details met elkaar te bediscussiĆ«ren.

En een van die hoofdlijnen is bijvoorbeeld “neemt de tegenprestatie regulier werk weg?” Je wordt ontslagen. Bent al enigszins op leeftijd. Schrijft de ene brief na de andere brief maar helaas er is geen baan voor je. Vervolgens beland je bij de lokale overheid voor een uitkering en wordt een tegenprestatie gevraagd in de vorm van vrijwilligerswerk wat je 3 jaar eerder nog als regulier werk uitvoerde maar wat is wegbezuinigd. Door de afgesproken rondjes langs de fracties over de discussievragen die in de notitie stonden kwamen dit soort vraagstukken maar beperkt aan bod. Alle vragen in de discussie notitie zijn zo gesteld dat je met een Ja of Nee klaar bent. Alleen de laatste vraag over evaluatie begint met het woord: “Welke ….” Alle andere vragen begonnen met “Is de commissie …… eens ….? Of “Bent u het eens met …?”

Dat is jammer, een gemiste kans, omdat het succesvol aan de slag gaan met “Tegenprestatie naar
vermogen” afhangt van duidelijk gedefinieerde kaders en doelstellingen. Daarvoor heb je een inhoudelijke discussie nodig die zich richt op de verschillen van inzicht van de verschillende fracties. Die discussie kun je alleen maar goed faciliteren en voeden wanneer je vragen stelt die beginnen met woorden als: Waarom, Wat, Welke, Wie, Waarvoor ofwel de open vragen in plaats van gesloten vragen.

Toch leerzaam om vanaf de ‘publieke tribune’ zo’n discussie te volgen over een ontzettend belangrijk onderwerp.